Doorrekening Ontwerp Klimaatakkoord

Op 13 maart 2019 publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de ‘Effecten ontwerp klimaatakkoord’. Tegelijkertijd publiceerde het Centraal Planbureau (CPB) ‘Doorrekening  ontwerp-Klimaatakkoord’. In deze rapporten schetsen het PBL en het CPB welke effecten van het ontwerp klimaatakkoord te verwachten zijn. Een Volqse reflectie op 3 constateringen uit de rapporten.

1. Veel is onduidelijk

“Het PBL constateert dat de vormgeving van veel voorstellen in het OKA is nog niet volledig duidelijk is. Er moeten voor verschillende aspecten nog (politieke) keuzes worden gemaakt, die het effect in belangrijke mate zullen bepalen. Ook de gedragsreactie van burgers en bedrijven op de voorstellen is onzeker.”

Dat de vormgeving voorstellen nog niet volledig duidelijk is, is niet perse een nadeel. Het is voor de doorrekening niet heel handig. Voor het gesprek met belanghebbenden is het juist een voordeel: er is nog ruimte voor reflectie en keuzes. Dat de gedragsreactie van burgers en bedrijven onzeker is, is ook voorspelbaar. Tot nu toe zijn burgers en bedrijven via een vertegenwoordiging van koepelorganisaties aangeschoven bij de klimaattafels. Je kan je hardop de vraag stellen of de burgers en bedrijven zich ook vertegenwoordigd hebben gevoeld. De kans is groot dat dit niet het geval is. Burgers en bedrijven staan daarom op achterstand. Het gesprek over de energietransitie wordt gedomineerd door uitgesproken voor- en tegenstanders. Nu is de tijd aangebroken om de ruimte te geven aan de rest van de burgers en bedrijven. Een oproep om de gepolariseerde politieke verhoudingen te verbeteren past bij deze fase. De komende fase van de energietransitie vergt politiek leiderschap dat vertrouwen uitstraalt, kaders stelt en ruimte biedt.

2. Bouwstenen zijn aanwezig

“Het pakket aan voorstellen bevat een aantal grote bouwstenen waarmee in verschillende sectoren een nieuwe en belangrijke stap in de energietransitie gezet kan worden.”

De constatering dat de voorstellen voldoende bouwstenen bevatten om in de diverse sectoren meters te kunnen maken, is positief. De vervolggesprekken kunnen daarom vooral gaan over hoe en welke de diverse voorstellen uitgewerkt gaan worden. Opvallend is dat in de sector ‘industrie’ in de doorrekening de indicatieve sectoropgave de maximale bandbreedte niet haalt. Dit betekent dat er onvoldoende maatregelen in het ontwerp klimaatakkoord zijn opgenomen om de doelstelling van CO₂ reductie te halen. De industrie moet dus nog verder aan de bak.

3. Verdeling van de kosten

“Lagere inkomens gaan er ook tot en met 2030 meer op achteruit dan hogere inkomens door klimaat- en energiebeleid. De achteruitgang voor de laagste inkomensgroep bedraagt 1,8%, terwijl de hoogste inkomensgroep er 0,8% op achteruitgaat als gevolg van klimaat- en energiebeleid tussen 2018 en 2030. Dit beeld is grotendeels het gevolg van het reeds ingezette klimaat- en energiebeleid, al geldt ook voor het ontwerp-Klimaatakkoord dat de lagere middeninkomens er meer op achteruit gaan dan hogere inkomens.”

Het CPB berekende de inkomenseffecten van de voorgenomen maatregelen en komt tot de conclusie dat de lasten niet evenredig zijn verdeeld. Het CPB maakt de kanttekening dat inkomenspolitieke maatregelen hier verder niet in meegenomen zijn. Met andere woorden: het kabinet heeft instrumenten om deze ongelijke verdeling met fiscale maatregelen recht te trekken. Het is van belang dat het kabinet hier stelling in neemt. Hiermee wordt een belangrijke drempel voor burgers weggenomen om mee te denken in te nemen maatregelen.

Volq ondersteunt overheden en corporaties in het proces om samen met inwoners de ambities rond de energietransitie vorm te geven. Meer weten? Kijk op www.volq.nl/energietransitie

Share on facebook
Share on google
Share on twitter
Share on linkedin

Laat hier uw reactie achter:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Meer verhalen

All articles loaded
No more articles to load