Berichten

Iedere stad een pretpark!

Er komen mooie tijden aan voor stadsmakers in overheidsdienst want de omgevingswet komt eraan. De omgevingswet biedt maximale vrijheid en moet een cultuurverandering op gang brengen. En nog mooier, de omgevingsvisie is straks een vormvrij instrument. Geen stapels papier dus, maar elke vorm die past om de juiste boodschap over te brengen aan burgers en buitenlui. Hoe vet is dat?

Waarom dan wachten?

Niet dus. Ook nu al kan er al veel meer dan gebruikelijk bij veel gemeenten.

Samen met de gemeente Capelle aan den IJssel heeft Volq de eerste beleefbare visie van Nederland ontwikkeld: Een visie op het centrum van de stad die in het betreffende gebied ook wordt vastgesteld en beleefd kan worden door middel van een route langs de ontwikkellocaties. Veel leuker toch dan alleen in de gemeenteraad? En logischer ook, want de visie komt daar vandaan. Wij hebben alleen de puzzelstukjes gezocht en aan elkaar gelegd.

Appeltje eitje?

Ja en nee… Het kostte wat moeite om iedereen direct aan boord te krijgen. We hebben alle mogelijke bezwaren gehoord, maar uiteindelijk ook alles samen opgelost; we moeten echt wat meer achtergronden kunnen geven, dit kan toch geen beleidsstuk zijn, dit kan juridisch niet, we hebben wel eens eerder zoiets geprobeerd en het is toen niet gelukt, dit accepteert de gemeenteraad nooit… Toch wel dus! Unaniem vastgesteld en de ambtelijke betrokkenheid is zeer groot.

Het advies: ga er samen mee aan de slag, distilleer de argumenten uit de gewoontes en verzin samen een betere oplossing. Die is er namelijk altijd.

Maak het mee!

24 september wordt de route in Capelle geopend. Een route van 5 km door het gebied vol met attracties. Kleine verborgen attracties en grotere die indruk maken. Net als in een pretpark dus. Van sportactiviteiten en muziek in het park tot live streetart, speciale horeca-aanbiedingen, een huizenroute langs ontwikkellocaties en watersporten op de IJssel! Als de je de route hebt verkend, heb je de toekomst van het gebied beleefd en ben je geprikkeld om er zelf een bijdrage aan te leveren.

Maak het mee de 24e september in Capelle of kom naar onze ideeënfabriek XL op 20 oktober en beleef de toekomst van stadsmaken!

Advocaten

Ooit raakte ik op een klus voor een gemeente zijdelings betrokken bij de planvorming voor een nieuwe ontsluitingsweg. Die moest deels langs of door bestaand woongebied komen en daarbij waren er een paar varianten. De wethouder, als goed, modern gemeentebestuurder ging zijn oor te luister leggen bij de bewoners in de verschillende wijken waar de mogelijke tracés doorheen gingen. Na de inspraakronde koos het gemeentebestuur voor een variant die verkeerskundig niet optimaal was en ook vrij duur. Maar wel één die een wijk met dure koopwoningen ongemoeid liet.

Want, zo sprak de wethouder: “Daar zíjn ze advocaat, of ze hébben er een.”

Burgerparticipatie is in, ook in ons vakgebied van ruimtelijke ontwikkeling. En terecht. De nieuwe Omgevingswet die er aan zit te komen zal hier nog eens een extra impuls aan geven. Mijn collega’s bij Volq hebben daar al het nodige over geschreven.

Bewoners aan het woord?

Maar eenvoudig is het niet. Hoe oprecht een initiatiefnemer ook ruimte biedt voor inspraak en mede-eigenaarschap, dit laat zich lastig organiseren. De praktijk wijst namelijk uit dat niet alle burgers even effectief zijn in ‘participeren’. We zijn niet allemaal advocaat en hebben er ook niet altijd een.

Het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP) heeft daar een interessant essay over geschreven, naar aanleiding van diezelfde Omgevingswet: “Niet buiten de Burger Rekenen”. Daaruit blijkt dat er een systematische “vervorming” zit in het geluid van de burger dat tot de beslisser doordringt. Zo blijkt dat, zeker als het om de knikkers gaat, professionele partijen beter en indringender hun punt voor het voetlicht kunnen brengen dan ‘gewone’ burgers. Ontwikkelaars en de autolobby hebben meer impact dan bewoners.

Verder blijkt – weinig verrassend –  dat hoger opgeleiden en zij die zich makkelijk in overheidsjargon en -cultuur bewegen sneller en effectiever meedoen dan anderen. Dat zien we dan ook wel in participatietrajecten: mee doen vooral de mensen met volop verstand van zaken, de beroepsinsprekers, de onvermoeibare diehards op avonden, fora en facebookpagina’s. Niets mis mee maar de vraag is: komen op die manier ‘de bewoners’ aan het woord??

Een derde factor is dat er nogal wat op burgers afkomt. Niet alleen moeten we ons druk maken over onze ziektekostenverzekering, energiecontract en internetprovider maar ook zijn we vrijwilliger bij de verzelfstandigde kinderboerderij, helpen we op school van de kids omdat die het anders ook niet geregeld krijgt, en verlenen we mantelzorg aan bejaarde ouders of buren. Kortom: de participatiemaatschappij. Niet al te veel mensen kunnen daarnaast tijd en energie opbrengen om ook nog mee te denken over pakweg de Omgevingsvisie. En ook hier geldt: de profs en de insiders blijven over.

Waarom is dit belangrijk?

Omdat de stad ook het domein is van de mensen die niet bij voorbaat goed zijn in participeren. De bewoners van de sociale huurcomplexen die moeten wijken voor koopwoningen. Degenen met wensen en belangen met weinig verdienpotentieel. De laatste gebruikers van die voorziening die niet meer hip en happening is.

De kunst is ook hen een plaats te geven in het debat. Zij komen niet vanzelf naar participatie-events en maken niet zo snel deel uit van communities. En als ze er zijn verwoorden ze zich vaak minder adequaat en goed getimed.

De bedoelingen zijn doorgaans oprecht van bestuurders en professionals die burgers willen betrekken. Nu nog de denkfout – zo niet: de naïviteit – eruit halen dat het vanzelf goed komt als je maar inbreng mogelijk maakt.

We zijn namelijk niet allemaal advocaat. Of hebben er een.