Overlast van regenwater is een steeds groter probleem, tijd voor een andere aanpak

Het lijkt zo logisch: als de straten blank staan, moet de gemeente het oplossen. Maar water houdt zich niet aan de grens tussen privé en openbaar. Bewoners zouden een veel grotere rol moeten krijgen in de aanpak van al dat regenwater.

Terwijl we deze blog schrijven, regent het buiten. Nee, het hoost. Gevolg van klimaatverandering, of toeval? Feit is dat al dit water ergens naar toe moet. Om daar een heel klein beetje bij te helpen, heeft Wout samen met 32 buren hun schuurtjes dit weekend van een groen dak voorzien. Die daken samen houden bij een goede bui ongeveer 4.000 liter water vast, dat niet in het riool of op straat komt. Wout heeft dit gedaan vanuit de overtuiging dat het probleem van wateroverlast in stadswijken effectief aangepakt kan worden door de bewoners zelf. Een visie die de gemeente Rotterdam van harte ondersteunt, met meedenken en met subsidie.

Niet alleen de Gemeente Rotterdam maakt zich serieus zorgen over wateroverlast. Landelijk is recent het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie gepubliceerd. Een nationale aanpak om er voor te zorgen dat in 2050 onze gebouwde omgeving minder kwetsbaar is voor de gevolgen van klimaatverandering zoals wateroverlast, hittestress, droogte en overstromingen.

Participatie bij klimaatadaptatie

Vanuit Volq zien we dat klimaatadaptatie een steeds belangrijker thema is bij onze opdrachtgevers. De overheid kan veel doen, maar klimaatadaptatie – zeker in dicht bebouwde steden – is per definitie een gezamenlijk opgave van overheid en bewoners. Water houdt zich namelijk niet aan de grens van privé en openbaar. Spreken we bewoners over dit thema, dan denken de meesten dat het klimaat inderdaad verandert en wateroverlast toeneemt. Er staat regelmatig water op straat of de kelder loopt onder. Wat opvalt is dat het probleem in algemene zin wordt herkend, maar er weinig kennis is over het onderwerp. Laat staan een helder idee over wat ze zelf kunnen doen om te helpen.

Volq is betrokken bij twee pilots die hier verandering in moeten brengen: de aanpak voor het ‘hemelwater proof’ maken van de Agniesebuurt in Rotterdam en de pilot voor klimaatadaptatie van het Stationsgebied in Leiden. Een bestaande stadswijk waar het riool vervangen moet worden en een grote binnenstedelijke herontwikkeling. In beide projecten speelt participatie een belangrijke rol, vanuit de overtuiging dat klimaatverandering iedereen treft en klimaatadaptatie alleen effectief is, als overheden, bewoners en andere stakeholders de handen ineen slaan.

Naar een effectieve aanpak

Vanuit onze ervaring, van het privé vergroenen van schuurtjes tot projecten voor onze opdrachtgevers, stellen we voor de klimaatproblematiek en -aanpak veel beter onder de aandacht te brengen bij bewoners van kwetsbare gebieden. En met name op het niveau van een straat, blok of buurtje. De volgende lessen trokken wij en zien we als succesfactoren voor effectief klimaatbeleid door overheden:

  • Verzorg kennis. Er is veel meer kennis nodig over klimaatverandering en klimaatadaptatie, vooral over    de oorzaken en gevolgen in de eigen stad en straat. Pas dan zal er een urgentie ontstaan om bij te dragen aan de oplossing.
  • Geef inwoners een perspectief op wat ze zelf kunnen doen. Maak kleine bijdrages op een simpele manier mogelijk door kennis, kunde en / of subsidies.
  • Betrek bewoners van een straat of wijkje vanaf het eerste begin bij planvorming rondom klimaat adaptief ontwerp van de openbare ruimte. De impact van de maatregelen is groot, dus de betrokkenheid moet dat ook zijn! Bepaal samen de ambities, maak samen een aanpak, verzin hem niet van achter je bureau!
  • Breng mensen met ideeën en initiatieven samen. Laat ze elkaar inspireren en enthousiasmeren. Faciliteer een lokale community rondom klimaat adaptatie.

We helpen graag met inspirerende voorbeelden, het opstellen van een lokaal deltaplan met bewoners of het opzetten van een community.

 

Wout van der Heijden is een van de oprichters van Volq en betrokken bij de transformatie van het Stationsgebied Leiden tot ‘Duurzaamste kilometer van Nederland’, hij gaf samen met 32 buren zijn schuurtje een groen dak

Elske Fukken is als zelfstandig adviseur verbonden aan Volq en coördinator participatie binnen het project ‘Agniesebuurt 100% hemelwaterproof’ voor de gemeente Rotterdam

Fotografie door Marit van Hove – Hofland 

Bewonersinitiatief het Nieuwe Maas parcours

Een prachtig bewonersinitiatief om ‘het water te raken’

Met een andere blik kijken naar de Nieuwe Maas en de stad Rotterdam. Zonder obstakels wandelen, rennen, fietsen of skaten langs de rivier. Met dat idee begonnen enkele enthousiaste Rotterdammers 3 jaar geleden met het project ‘Nieuwe Maas parcours’. Ze stapten ermee naar de gemeenteraad. Met succes. Begin 2017 opende wethouder Pex Langenberg het 28 kilometer lange parcours samen met de initiatiefnemers. Een samenwerking die een schoonheidsprijs verdient.

De wereld gaat open

Het initiatief was het idee van Frans Meijer (voormalig directeur van de gemeentebibliotheek), ontwerper Ina Kleijwegt en twee andere enthousiaste Rotterdammers. In gedachten weggezonken bekeken ze vanaf de waterkant de rondvaartboten van de Spido. Ineens viel het kwartje. Vanaf hier gaat een wereld voor je open, realiseerden ze. Waarom zijn er dan zo weinig mooie en unieke uitkijkpunten vanaf de Rotterdamse kade? Het viertal kwam tot de conclusie dat de Nieuwe Maas in Rotterdam veel meer te bieden heeft dan alleen haar logistieke functie. Daar wilden ze iets mee.

Goud

Ina Kleijwegt werkte het idee uit. Ze maakte een kaart van het parcours langs de Maas, inclusief kansrijke hotspots en een aantal knelpunten. Met die kaart stapten de initiatiefnemers naar de Rotterdamse gemeenteraad. Ze hielden een warm betoog. Voor ze het wisten stonden ze weer buiten. Overrompeld. In de raad had iedereen het gevoel goud in handen te hebben.

Knelpuntenanalyse

Toen ging het snel. Het College van B&W kreeg opdracht om van het Nieuwe Maas parcours een project te maken. Op dat moment kwam ik in beeld als begeleider van het proces. Met het vrijgegeven budget startte ik samen met de initiatiefgroep en de projectgroep van de gemeente een gedetailleerder onderzoek naar de route, de mogelijke knelpunten en de obstakels. Knelpunten waren onder andere vreemd grondeigendom of bedrijven die op de route lagen, zoals Hunter Douglas en Unilever. Ook hekwerken, trappen en andere obstakels die zich op de route bevinden werden genoteerd. Tijdens die knelpuntenanalyse maakten we een overzicht van knelpunten die op korte termijn, middellange termijn en lange termijn opgelost dienen te zijn.

Geen weerstand is een zegen

De samenwerking tussen betrokken partijen liep soepel. Iedereen zag het belang om deze parel zichtbaar te maken voor inwoners en toeristen. Zo fietsten we in 1,5 jaar tijd het parcours vele malen om te toetsen of het idee nog steeds in lijn was met het gedachtegoed. Tijdens ontmoetingen met de gebiedscommissie in onder meer de deelgemeenten Kralingen, centrum en Feijenoord presenteerde Frans Meijer zelf het idee en de invloed op het gebied. Als hij het vertelde, voelde je de hartstocht. De urgentie ook. Toehoorders waren keer op keer vol lof over zijn enthousiaste verhaal.

Het water raken

‘Met je rechterhand overal het water kunnen raken’ was het uitgangspunt bij de ontwikkeling van het Nieuwe Maas parcours. We hebben hard gewerkt dat voor elkaar te boksen. Het topje van de ijsberg? Op de Piet Smitkade is een verkeersbesluit genomen om het fietsen op de kade mogelijk te maken. Er zijn kades gemoderniseerd en onderhoudswerkzaamheden in versneld tempo uitgevoerd. Bij het Shell-station aan de Maasboulevard ligt nu een mooie skatebaan, die ook veel gebruikt wordt voor hardloopclinics. Prachtig om te zien hoe bewoners hier zelf nieuwe invulling aan geven.

Blijven luisteren

Van een kink in de kabel creëerden we een kans. Een van de fietsroutes die we hadden bedacht viel helemaal verkeerd bij bewoners en bedrijven. Samen met hen hebben we toen een alternatieve oplossing bedacht: zitplekken. Extra bijzonder is dat bedrijven en ondernemers ook de hand in eigen boezem hebben gestoken. Op eigen terrein én op eigen initiatief creëerden zij picknickbankjes op de route. Niet alleen voor het personeel om tijdens de pauze een boterham te eten maar ook voor wandelaars die even willen genieten van het uitzicht op de Nieuwe Maas. Door het gesprek aan te gaan, te luisteren en open te staan voor ideeën creëerden we positieve energie en meerwaarde voor het project.

Keep the dream alive

Inmiddels zit mijn taak erop. Helaas zou ik haast zeggen. Het was een dankbaar project, waar ik met plezier op terugkijk. De kunst is nu om het gedachtegoed en de route levend te houden. Dat zit hem allereerst in praktisch onderhoud. Het Nieuwe Maas parcours is opgenomen in het knooppuntennetwerk. Bij nieuwe gebiedsontwikkeling rondom de Nieuwe Maas staat ons project ook op de belangrijke checklist. Er wordt dus serieus rekening gehouden met het nieuwe erfgoed. Ten tweede is het gebruik ervan belangrijk. Blijf mijmeren, laat het water u raken en neem initiatief…

Bent u benieuwd naar de details? Of wilt u naar aanleiding van deze blog verder praten? Bel of mail mij gerust.

Lars Verschuren
M: 06 28776847
E: larsverschuren@volq.nl

Leidse Stationsgebied gaat voor ‘Duurzaamste kilometer van Nederland’

Het Leidse Stationsgebied ondergaat een metamorfose en Nederland staat aan het begin van de energietransitie. Hoe kunnen deze twee ontwikkelingen elkaar versterken? Dat is de kernvraag die de gemeente Leiden haar partners stelt op de Provada. Denk je mee? Het Leidse stationsgebied is een langgerekt gebied van 1 km. De komende jaren wordt dit gebied getransformeerd naar een aantrekkelijk gemengd gebied voor wonen, werken en recreëren. Deels wordt hiervoor gesloopt en nieuw gebouwd, deels vindt transformatie plaats. Bij alle opgaven speelt energie en de energietransitie een belangrijke rol. De gemeente Leiden gaat op de Provada in gesprek met deskundigen uit de sectoren vastgoed en duurzaamheid en al haar partners bij de ontwikkeling van het Stationsgebied. Uiteraard is Volq daar ook van de partij. Wil jij ook deelnemen? Stuur dan een berichtje naar Wout. De bijeenkomst is op donderdag 1 juni, vanaf 10 uur op de Provada in de stand van de Gemeente Leiden (RAI Amsterdam, hal 11, stand 15).

Samen een mooi feestje organiseren!

Samen met de gemeente Capelle aan den IJssel hebben we de eerste beleefbare gebiedsvisie van Nederland gemaakt. Hoe? Een route van ongeveer 5 kilometer door het centrumgebied, waarbij je op straat de ontwikkelingen die binnen nu en 10 jaar gaan spelen kan beleven: de CentrumXpeditie. Ruud schreef er al eens eerder over in zijn blog: Iedere stad een pretpark! Deze mooie gebiedsvisie mag natuurlijk niet ongemerkt blijven, zoveel mogelijk mensen moeten het kunnen beleven. En dus: een feestje als opening. Leuk, voor een feestje ben ik altijd in!

Beleving creëren

Het beleven van een ontwikkeling. Hoe doe je dat? We richten ons op twee zaken: Leuke, speelse oplossingen in de openbare ruimte en langdurige betrokkenheid.

De komende jaren blijven er steeds objecten verschijnen op de route die je vertellen wat er gaat gebeuren en je aanzetten om mee te doen. Van een picknicktafel met plattegrond, een gebouwd huisje met schommel waar je alle informatie over zelfbouw vindt, een rode lijn om de uitbreiding van het winkelcentrum te duiden tot tijdelijk gebruik van panden die gesloopt gaan worden.
Het tweede is eigenlijk nog belangrijker: het creëren van blijvende impact samen met partners in het centrumgebied. Partners brengen leven in de brouwerij. Zonder leven geen beleving!

Regel jij dat even?

De start van een leuk feestje: allemaal gave ideeën, een hele lijst met partners en goede moed. Maar hoe pak je dat dan aan, hoe creëer je die blijvende impact? We zijn bewust met heldere spelregels naar buiten gegaan. De gemeente betaalt niks volledig op haar kosten, en laat iedere partner mee investeren. Partners vulden dit zelf in: tijd, geld, middelen, noem maar op. Voor velen vergde dit een kleine omslag in denken. Geef mensen een budget en een opdracht, en ze regelen iets voor je. Daar hou je alleen niks aan over als het feestje weer is afgelopen. Heldere uitgangspunten over investeringen en een insteek ‘alles is mogelijk’ zorgden ervoor dat partners zijn gaan nadenken over hun eigen kracht en betekenis voor Capelle. Bovendien zorgde het voor meer betrokkenheid. Op de dag van de opening werd dit nog extra duidelijk: de meest succesvolle activiteiten werden vooral getrokken door partners die zelf behoorlijk mee hadden geïnvesteerd. Zij staken tijd in de organisatie, extra promotie, namen hun eigen achterban mee, en stonden vol energie klaar om aan de slag te gaan. Een voorbode van succes!

Zaterdag 24 september: een geslaagd feestje!

De dag was super, het weer kon niet beter en iedereen had er zin in. Ik zag veel verhitte, maar super blije kindergezichtjes (5 kilometer is wel ver voor die kleine beentjes, toppers zijn het!) en bestuurders waren onder de indruk. Het leukste vond ik de ontmoetingen die ik die dag had met tevreden partners van de gemeente die zich al jaar en dag inzetten voor Capellenaren. Vrijwilligers, maatschappelijke organisaties en ondernemers; iedereen deed mee en investeert op zijn eigen manier, maar samen hebben we er een hele mooie dag van gemaakt!

En nu?

De opening van de CentrumXpeditie was erg geslaagd, maar nu? We gaan zo snel mogelijk met de betrokken partners in gesprek over hun inspanningen in een vervolg. Er worden al meer gave activiteiten georganiseerd in het stadscentrum van Capelle aan den IJssel, dus de eerste successen voor de stad worden al geboekt. Nu moeten we verder en zorgen dat we de energie vasthouden. De gebiedsvisie in praktijk brengen. Als ik terugkijk naar vorige week zaterdag heb ik daar alle vertrouwen in!

 

Advocaten

Ooit raakte ik op een klus voor een gemeente zijdelings betrokken bij de planvorming voor een nieuwe ontsluitingsweg. Die moest deels langs of door bestaand woongebied komen en daarbij waren er een paar varianten. De wethouder, als goed, modern gemeentebestuurder ging zijn oor te luister leggen bij de bewoners in de verschillende wijken waar de mogelijke tracés doorheen gingen. Na de inspraakronde koos het gemeentebestuur voor een variant die verkeerskundig niet optimaal was en ook vrij duur. Maar wel één die een wijk met dure koopwoningen ongemoeid liet.

Want, zo sprak de wethouder: “Daar zíjn ze advocaat, of ze hébben er een.”

Burgerparticipatie is in, ook in ons vakgebied van ruimtelijke ontwikkeling. En terecht. De nieuwe Omgevingswet die er aan zit te komen zal hier nog eens een extra impuls aan geven. Mijn collega’s bij Volq hebben daar al het nodige over geschreven.

Bewoners aan het woord?

Maar eenvoudig is het niet. Hoe oprecht een initiatiefnemer ook ruimte biedt voor inspraak en mede-eigenaarschap, dit laat zich lastig organiseren. De praktijk wijst namelijk uit dat niet alle burgers even effectief zijn in ‘participeren’. We zijn niet allemaal advocaat en hebben er ook niet altijd een.

Het Sociaal-Cultureel Planbureau (SCP) heeft daar een interessant essay over geschreven, naar aanleiding van diezelfde Omgevingswet: “Niet buiten de Burger Rekenen”. Daaruit blijkt dat er een systematische “vervorming” zit in het geluid van de burger dat tot de beslisser doordringt. Zo blijkt dat, zeker als het om de knikkers gaat, professionele partijen beter en indringender hun punt voor het voetlicht kunnen brengen dan ‘gewone’ burgers. Ontwikkelaars en de autolobby hebben meer impact dan bewoners.

Verder blijkt – weinig verrassend –  dat hoger opgeleiden en zij die zich makkelijk in overheidsjargon en -cultuur bewegen sneller en effectiever meedoen dan anderen. Dat zien we dan ook wel in participatietrajecten: mee doen vooral de mensen met volop verstand van zaken, de beroepsinsprekers, de onvermoeibare diehards op avonden, fora en facebookpagina’s. Niets mis mee maar de vraag is: komen op die manier ‘de bewoners’ aan het woord??

Een derde factor is dat er nogal wat op burgers afkomt. Niet alleen moeten we ons druk maken over onze ziektekostenverzekering, energiecontract en internetprovider maar ook zijn we vrijwilliger bij de verzelfstandigde kinderboerderij, helpen we op school van de kids omdat die het anders ook niet geregeld krijgt, en verlenen we mantelzorg aan bejaarde ouders of buren. Kortom: de participatiemaatschappij. Niet al te veel mensen kunnen daarnaast tijd en energie opbrengen om ook nog mee te denken over pakweg de Omgevingsvisie. En ook hier geldt: de profs en de insiders blijven over.

Waarom is dit belangrijk?

Omdat de stad ook het domein is van de mensen die niet bij voorbaat goed zijn in participeren. De bewoners van de sociale huurcomplexen die moeten wijken voor koopwoningen. Degenen met wensen en belangen met weinig verdienpotentieel. De laatste gebruikers van die voorziening die niet meer hip en happening is.

De kunst is ook hen een plaats te geven in het debat. Zij komen niet vanzelf naar participatie-events en maken niet zo snel deel uit van communities. En als ze er zijn verwoorden ze zich vaak minder adequaat en goed getimed.

De bedoelingen zijn doorgaans oprecht van bestuurders en professionals die burgers willen betrekken. Nu nog de denkfout – zo niet: de naïviteit – eruit halen dat het vanzelf goed komt als je maar inbreng mogelijk maakt.

We zijn namelijk niet allemaal advocaat. Of hebben er een.